Je bent hierOver scouts / Technieken / Vuren
Vuren
Vuur maken
Kies eerst en vooral een goede plaats. Let hierbij op de ondergrond en voorzie genoeg ruimte.
- Let op de windrichting
- Eventueel tenten die vlakbij staan.
- Laaghangende takken in de buurt.
- Maak de plaats rond je vuur vrij van takken en bladeren.
Een goed vuur vergt enige voorbereiding.
- Begin met klein hout en leg er steeds dikkere op.
- Bouw je vuur zorgvuldig op in functie waarvoor je het nodig hebt.
- Voorzie genoeg hout vooraleer je je vuur aansteekt.
- Zorg ervoor dat je vuur genoeg lucht krijgt.
Onthoud dat
- Hard hout moeilijk maar lang en veel warmte geeft.
- Zacht hout gemakkelijk brand, snel opbrand en weinig warmte geeft.
- Esdoorn ook brand als het nat is.
Sprokkel geen hout dat op de grond ligt, meestal zal het nat zijn van grondvocht. Breek dode takken af van bomen of breek die delen af die niet op de grond liggen. Zij zullen nog behoorlijk droog zijn, ook na een fikse regenbui.
Vuur aansteken
Om je vuur aan te steken kan je natuurlijk gebruik malen van papier en karton.
Maar in principe is één lucifer genoeg, als je hout voldoende droog is. Hiervoor heb je een busseltje heel fijn hout nodig, een goed hand vol. Dit leg je als basis van je vuurtje of je houd het in de hand.
Om je vuur aan te steken, hou je rekening met:
- De windrichting
- Voldoende luchttoevoer
- Genoeg aanmaakhout in je vuur
Eens je vuur brand heeft het aandacht nodig. Laat een brandend vuur nooit alleen. Onderhoud je vuur door de afgebrande eindjes erin te gooien en er regelmatig nieuwe takken op te gooien.
Verschillende soorten vuren
Greppelvuur
Een greppelvuur is gamakkelijk wanneer je kookt met gamellen. De breedte van je greppel is ongeveer de lengte van je gamel. Zo gaat er zo weinig mogelijk warmte kwijt. Voor een dergelijk vuur heb je enkel klein hout en een schop nodig. Om je gamel niet de hele tijd vast te hoeven houden, kan je ze vast steken met een tentharing of een takje.
Kruisvuur

Op een kruisvuur kan je meer gamellen opwarmen en in het midden eventueel een grotere pot zetten.
Jagersvuur
Het jagersvuur is erg gebruiksvriendelijk om op te koken: eenvoudig en snel.
Stervuur

Het meest gebruikte en eenvoudigste vuur is het stervuur. Ideaal om 's avonds een gezellig vuurtje te maken. Het is snel gemaakt en je kan er op koken door er een rooster over te zetten of een pot boven te hangen. Om de warmte een beetje te houden kan je er best stenen rond leggen.
Piramidevuur
Het piramidevuur is een vuur dat veel warmte en hoge vlammen geeft. Je kan het gebruiken om kleren te drogen of in het groot om signalen mee te geven. Drie grote vuren in een driehoek geplaatst, is het internationaal noodsignaal.
Pagodevuur

Er komt redelijk wat werk kijken bij het maken van een pagodevuur. Een zaag en een bijl komen hierbij steeds van pas. Een pagodevuur brandt lang zoder dat je er nieuw hout moet op smijten en geeft veel warmte.
Polynesische vuur
![]()
Geschikt voor koken, straalt warmte naar boven. Rond gat graven, plaats stammetjes dicht naast elkaar tegen de wand. Op de bodem van de kuil ontsteekt men een fel vuur. Vuur brandt de stammetjes langzaam op.
Tafelvuur
Bouw een verhoging van een laag stammen of stenen. Hierop leg je zand, omgekeerde grasplaggen en/of stenen. Leg aan de zijkanten een balk waar het rooster op kan steunen. Je kan nu bij goed en bij slecht weer prima stoken. Let heel goed op dat de tafel stevig genoeg is en niet zomaar in kan storten als iemand er per ongeluk tegenaan loopt.
